|
Honderd belangrijke dagen
De hoogproductieve koe is een topatleet. Zeker in de periode van dertig dagen vóór het afkalven tot zeventig dagen erna. Afkalven en vooral een plots hoge melkproductie vergen het uiterste. Allerlei infecties en aandoeningen liggen op de loer: van baarmoederontsteking tot slepende melkziekte. Eén van de gevolgen is een duidelijk afnemende vruchtbaarheid, af te leiden uit de oplopende tussenkalftijd en het dalende percentage non-return op 56 dagen na eerste inseminatie. ( Rekenmodule vruchtbaarheid)
Het percentage dracht na eerste inseminatie is de afgelopen tien jaar gedaald van 60 naar 45 procent. Pfizer Animal Health heeft voor deze kritische periode het zogenoemde 100-dagen-programma ontwikkeld waarmee de dierenarts de melkveehouder optimaal kan begeleiden. Het 100-dagen-programma is gericht op:
- een hogere melkgift tijdens de piek
- een verhoogde vruchtbaarheid bij eerste inseminatie
- een gezonde koe bij het afkalven
- een gezond kalf
- een verhoogde drogestofopname na het kalven
Aandachtspunten voor de 100 belangrijke dagen rond afkalven zijn:
Naast deze website bevat ook de internationale website www.100daycontract.com informatie over de honderd belangrijkste dagen
Systematische aanpak
Pfizer Animal Health heeft het 100-dagen-programma ontwikkeld om vroegtijdig gezondheidsproblemen bij verse koeien systematisch op te sporen en aan te pakken.
De veehouder neemt de eerste tien dagen na het afkalven dagelijks de temperatuur van de verse koeien. Bij koeien is bij 39,5°C of hoger sprake van verhoging; bij vaarzen ligt de grens een halve graad lager. Daarnaast is het belangrijk dat de veehouder in deze periode let op het gedrag van zijn koeien. Met deze gegevens kan in een vroeg stadium een diagnose worden gesteld en kan de koe worden behandeld, zodat de schade beperkt blijft. Geen koorts betekent niet dat het dier niet ziek is. Wanneer de koe bijvoorbeeld slepende melkziekte heeft, zal namelijk geen temperatuursverhoging optreden. Bij baarmoederontsteking daarentegen gebeurt dit wel. Deze methode geeft dus de mogelijkheid vroegtijdig onderscheid te maken tussen de mogelijke aandoeningen. Zie voor het controleprogramma Behandelplan voor de pas afgekalfde koe.
Verhoogde vruchtbaarheid bij eerste inseminatie
Het 100-dagen-programma wil het aantal verliesdagen beperken door koeien eerder drachtig te krijgen. Dat kan alleen bereikt worden door een combinatie van een betere tochtigheidswaarneming en een hoger bevruchtingspercentage. Verantwoord verkorten van het interval afkalven – eerste inseminatie speelt hierbij een grote rol. De veehouder geeft de koe in deze periode de gelegenheid tochtigheid te vertonen. Deze periode wordt in overleg met dierenarts en veehouder gekozen en varieert in de praktijk van 45 tot 60 dagen. Is een koe aan het einde van die periode nog ‘leeg’ of nog niet tochtig gezien, dan volgt een behandeling met natuurlijk prostaglandine. Ongeveer driekwart van de dieren zal drie à vier dagen later bronst vertonen (afhankelijk van het moment in de tochtigheidscyclus) en kan worden geïnsemineerd. Koeien die twee weken na de eerste behandeling niet tochtig zijn gezien, worden nogmaals behandeld. Vrijwel alle dieren kunnen drie à vier dagen later worden geïnsemineerd. Dieren die ondanks herhaalde behandelingen niet tochtig raken, worden onderzocht op eventuele reproductieproblemen. Het programma streeft ernaar om vijftig procent van de koeien drachtig te krijgen op 70 dagen na afkalven. Bij 120 dagen moet dat percentage zijn opgelopen tot tachtig. Neem voor meer informatie over deze aanpak contact op met uw dierenarts.
De droogstand
De ideale droogstand duurt tussen 45 en 60 dagen. Korter dan 45 dagen leidt tot een lagere melkproductie in de volgende lactatie. Bij een droogstand langer dan 60 dagen gaat productiecapaciteit verloren en kunnen koeien te vet worden. De koe is aan het begin van de droogstand zeer vatbaar voor nieuwe infecties. Belangrijke aandachtspunten tijdens de droogstand zijn:
Natuurlijke afweer
Na twee à drie weken droogstand wordt het natuurlijke afweersysteem van de koe effectief. Er worden dan hoge concentraties lactoferrine en immunoglobuline in de uier aangetroffen. Het aantal leukocyten neemt juist af. Een schone, droge ligruimte gedurende de droogstand is van groot belang.
Mastitispreventie tijdens droogstand loont!
Voor de preventie van mastitis zijn droogzetpreparaten onontbeerlijk. Alle koeien en alle kwartieren droogzetten is verreweg de meest effectieve methode. Koeien behandeld met droogzetpreparaten produceren gemiddeld 179 kilogram méér melk gedurende de eerste 17 weken van de volgende lactatie.
Reinig de spenen voordat de droogzetinjector wordt ingebracht en ontsmet met name het slotgat. Na de behandeling is het belangrijk de spenen te dippen en de koe nog enige tijd vast te zetten aan het voerhek. Zie de uitgebreide droogzetprocedure .
Droogzetpreparaten moeten aan twee belangrijke voorwaarden voldoen:
1. bestaande infecties genezen
2. nieuwe infecties voorkomen
Bestaande subklinische mastitis genezen
Onderzoek van de laatste jaren heeft aangetoond dat de antibiotica preparaten nodig zijn om bestaande infecties in de droogstand te genezen. Een toenemend aantal Stapylococcen vertoont resistentie tegen penicilline. Bij S.Aureus ligt het percentage ‘ongevoelig’ zelfs op 35.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de meest voorkomende subklinische mastitisverwekkers in Nederland.
Verwekkers van subklinische mastitis in positieve melkmonsters |
Percentage |
Staphylococcus aureus (SAU) |
32,0% |
Coagulase Negatieve Staphylococcen (CNS) |
27,7% |
Streptococcus uberis (SUB) |
14,8% |
Streptococcus dysgalactiae (SDY) |
8,7% |
Coliforme kiemen |
3,5% |
Streptococcus agalactiae (SAG) |
2,6% |
Bron: 4657 melkmonsters van de GD in het jaar 2006
Nieuwe mastitis-infecties voorkomen
Koeien met een gezond uier hoeven niet met een antibioticum te worden droog gezet. Bij deze koeien gaat het erom ze te beschermen tegen nieuwe infecties tijdens de droogstand. Het afdichten van het tepelkanaal werkt zeer effectief tegen het binnendringen van mastitisverwekkers. Recent onderzoek heeft aangetoond dat bij veel koeien de natuurlijke keratineprop, dat het slotgat afdicht, veel later gevormd wordt dan altijd werd aangenomen. Deze 'open' kwartieren lopen tijdens de droogstand een groot risico om besmet te worden met bacteriën. Het effect van antibiotica-houdende droogzetters tegen deze infecties in de droogstand is beperkt. Een droogstands preparaat dat de natuurlijke keratineprop nabootst blijkt daarin succesvol bij gezonde uiers. Behandelde koeien hebben de eerste 100 dagen na afkalven minder vaak klinische mastitis.
PiR-dap
Op de website van PiRDap staat een overzicht van alle koeien die binnenkort droog moeten worden gezet, op basis van de verwachtte kalfdatum. Achter elke koe wordt een advies gegeven: 'behandelen' of 'beschermen'. De dieren waarvoor 'behandelen' wordt geadviseerd, hebben in de laatste drie melkcontroles minimaal één keer een verhoogd celgetal gehad. Om de vermoedelijke subklinische mastitis te behandelen, is een droogzetter met antibioticum gewenst. De dieren die gedurende deze melkcontroles geen verhoogd celgetal hadden, kunnen als gezond worden beschouwd. Voor deze koeien wordt dan ook het advies 'beschermen' gegeven.
Niet-deelnemers van pir-dap kunnen gebruik van de demonstratie-mogelijkheid door in te loggen op het demo-gedeelte. Hier staan gegevens van een aantal proefbedrijven. Gebruik de optie ‘veehouder-overzicht’, ‘koe-attenties’ voor het selecteren van dieren voor droogzetten. Onder het kopje ‘Droogzetten’ staan de uiergezondheidsgegevens van de droog te zetten koeien. Dieren die kunnen worden behandeld met antibiotica houdende injectoren tijdens de lactatie staan onder het kopje ‘Koe Agenda Celgetal’. Het betreft alle attentie-koeien met minimaal één keer een verhoogd celgetal.
Voeding tijdens de droogstand
Van koeien die de droogstand naderen moet het rantsoen langzaam maar zeker worden aangepast om vervetting te voorkomen. Tijdens de eerste helft van de droogstand is een structuurrijk rantsoen met een beperkte hoeveelheid energie ideaal. Twee à drie weken voor afkalven is het tijd om over te schakelen naar een rantsoen dat meer aansluit bij het energierijke rantsoen van hoogproductieve koeien. Vlak voor het afkalven komen bij de koe allerlei hormonale en metabolische processen op gang die veel energie vergen. Bovendien is vlak voor het afkalven de voeropname en de herkauwactiviteit door de hormonale veranderingen beperkt. Daarnaast neemt het kalf steeds meer ruimte in in de buikholte waardoor de pens van de koe ingedrukt wordt. Door de koe tijdig goed voer te verstrekken blijft de negatieve energiebalans in tijd én omvang beperkt.
Klauwverzorging
Het begin van de droogstand is hét moment voor een gedegen klauwverzorging. Tijdens de droogstand kunnen de klauwen genezen om er voor te zorgen dat de koe na het afkalven vlot ter been is. Klauw- en beenproblemen kosten een doorsnee Nederlands melkveebedrijf 23 euro per koe per jaar en nemen daarmee een derde plaats in achter respectievelijk mastitis en vruchtbaarheid. Gemiddeld is 21 procent van de koeien tijdens de lactatie kreupel. Kreupelheid leidt tot afvoer van dieren, productiedaling, extra arbeid, een langere tussenkalftijd en extra dierenartskosten. Sommige deskundigen pleiten voor een tweede klauwverzorging halverwege de lactatie.
Dieren met een klauwaandoening moeten altijd worden bekapt, zodat ze optimaal op de klauwen staan en aangetast weefsel wordt ontlast. Behandel niet alleen de aangetaste poot, ook de andere klauw verdient een pedicure. Deze poot wordt immers extra belast wat weer kan leiden tot nieuwe aandoeningen.
Klauwaandoeningen
In Nederland en België blijven Dermatitis digitalis (ziekte van Mortellaro ofwel Italiaanse stinkpoot), Dermatitis interdigitalis (stinkpoot) en tussenklauwpanaritium (kleipoot, haarworm of slakkepoot) herhaaldelijk de kop opsteken.
Italiaanse stinkpoot
De oorzaak van Dermatitis digitalis is nog steeds niet duidelijk. Hoogstwaarschijnlijk zijn bacteriën in het spel. Bij individuele dieren is antibiotica-spray een veel gebruikte therapie. De klauw dient eerst grondig te worden bekapt. Vervolgens goed reinigen en droog maken met papier. Tweemaal sprayen van het aangetaste gebied en goed laten drogen is voldoende. Een correct uitgevoerde therapie leidt dikwijls tot genezing. Het advies is om maandelijks gedurende vier dagen preventief een formalinebad (3-5 procent handelsformaline) in te zetten.
Stinkpoot
Dermatitis interdigitalis is een chronische ontsteking veroorzaakt door Bacteroïdes nodosus. Het is een nat eczeem dat een typische geur verspreidt. Stinkpoot komt met name voor bij oudere dieren. De aandoening steekt doorgaans in de stalperiode de kop op, meestal bij meerdere dieren tegelijk. De behandeling bestaat uit pedicuren (blootleggen van eventuele zoolzweren en zonodig chirurgisch verwijderen van tylomen). Daarnaast moeten aangetaste koeien tweemaal per week een uur in een stabad met formaline (drie procent oplossing). Ernstig geïnfecteerde dieren dienen enkele dagen achtereen een injectie te krijgen met antibiotica of chemotherapeutica.
Tussenklauwpanaritium
Tussenklauwpanaritium ofwel kleipoot is na de zoolzweer de meest voorkomende klauwaandoening bij melkvee. Veroorzakers zijn Fusobacterium necrophorum en Bacteriodes melaninogenicus. Ze komen algemeen voor en dringen via wondjes de huid tussen de klauwen binnen waar ze een ontsteking veroorzaken. Directe behandeling met antibiotica is essentieel voor een vlotte genezing. Voor hoog productieve melkkoeien hebben antibiotica met een korte of geen waachttijd voor de melk als voordeel dat u minimaal melk hoeft weg te gooien en de koe toch goed behandeld wordt. Daarnaast verstoort het het arbeidsproces niet aangezien u de koe in de tank kunt melken.
Klauwbevangenheid
Klauwbevangenheid komt vaak voor na een sterke rantsoenschommeling, bijvoorbeeld direct na het afkalven. De pens verteert het voer dan niet goed waardoor er giftige stoffen in het bloed terechtkomen. Daardoor kunnen haarvaatjes beschadigd raken met een bloeduitstorting tot gevolg. Gebeurt dit onder de hoornzool dan kan klauwbevangenheid optreden.
Scorekaarten van de mestconsistentie/mestvertering kunnen helpen om in een vroeg stadium bij te sturen en problemen te voorkomen.
Bron:
S. Berry, et. al.- JAVMA, Vol 211, No2, July 15, 1997, Onderzoek van vakgroep Bedrijfsdiergeneeskunde en Voortplanting van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en de vakgroep Agrarische Bedrijfseconomie van de Landbouwuniversiteit Wageningen bij 2.200 koeien en 6.300 lactaties.
Rond het afkalven
Direct na het afkalven liggen allerlei gevaren op de loer: melkziekte, slepende melkziekte, baarmoederontsteking, lebmaagverdraaiing, het niet afkomen van de nageboorte. Ze zorgen stuk voor stuk voor indrukwekkende schadeposten. De belangrijkste aandachtspunten rond het afkalven zijn:
Productieverlies door melkziekte
Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat melkziekte tot een productieverlies van 500 kilogram melk leidt. Twaalf procent van deze gevallen wordt uiteindelijk geruimd en acht procent gaat dood. Kortom, een schadepost van ruim 334 dollar per geval. Melkziekte is dikwijls het voorportaal van allerlei andere aandoeningen. Het niet afkomen van de na-geboorte zorgt ook voor grote schade. Het duurt bij deze dieren langer voordat ze tochtig worden. Dieren blijven langer ‘leeg’; 19 dagen, bijna een complete tochtigheidscyclus. Achttien procent wordt uiteindelijk geruimd. Verschillende factoren bevorderen het verschijnsel aan de nageboorte blijven staan, waaronder vroeggeboorte, tweelingen en een zware geboorte. Ook vette dieren blijven vaker aan de nageboorte staan.
Melkziekte
Het voorkomen van melkziekte begint met de juiste en voldoende voeding tijdens de droogstand. Normaal gesproken daalt de drogestofopname van een koe 30 tot 35 procent gedurende de laatste twee weken voor afkalven.
Kalium- en natriumrijke rantsoenen (meer dan 2,2 procent kalium) werken melkziekte in de hand. Maximaal 1 tot 1,5 procent kalium is de meest effectieve dosering om melkziekte te voorkomen. Daarnaast moet het rantsoen voldoende magnesium, fosfor en calcium bevatten. De pH van de urine is een goede maat voor de gezondheid van de dieren. In de week voor afkalven moet de zuurgraad tussen 6,2 en 6,8 liggen. Bij een pH lager dan 5,7 vermindert de eetlust van de dieren en neemt de kans op melkziekte toe. Herstel van de eetlust treedt niet eerder op dan één á twee dagen na afkalven. Ruwvoer van goede kwaliteit en vers drinkwater zijn daarvoor essentieel.
Slepende melkziekte
Acetonemie of slepende melkziekte wordt veroorzaakt door een chronisch tekort aan energie en treedt vooral aan het begin van de lactatie op bij oudere koeien. Zieke dieren zijn sloom, vreten slecht, produceren minder melk en verspreiden de typische acetongeur. Controle van de pensvulling met behulp van een scorekaart kan helpen de diagnose in een vroeg stadium te stellen. Oorzaak is vaak een tekortschietend rantsoen (primaire acetonemie). Soms is een infectie in het spel (secundaire acetonemie). De koe kan simpelweg onvoldoende energie aanspreken. Door afbraak van reservevet proberen de dieren de melkproductie toch op peil te houden. Deze vetafbraak levert ketoselichamen op (aceto-azijnzuur, aceton, beta-hydroxyboterzuur) en resulteert in hypoglycemie en een hyperacetonemie. De hyperacetonemie vermindert de eetlust waardoor de ziekte alleen maar verergert. Bij een ernstige aantasting kunnen dieren nerveuze verschijnselen vertonen vanwege een glucosetekort in de hersenen.
Baarmoederontsteking
De belangrijkste veroorzaker van vruchtbaarheidsproblemen is baarmoederontsteking (metritis). Tot 96 procent van de koeien lijdt aan een of andere vorm van baarmoederontsteking, acute of chronische. De aandoening is dikwijls een gevolg van een zware geboorte. Acute baarmoederontsteking treedt de eerste tien dagen na afkalven op, waarbij de koe koorts heeft en een stinkende vaginale afscheiding. Deze vorm kan goed worden behandeld met parenterale antibiotica in de hals ingespoten.
Chronische baarmoederontsteking (witvuilen) wordt vaak behandeld met natuurlijke prostaglandines. Zie de instructies voor injectie van medicijnen Vijf stappen voor een goede injectie.
Stel regelmatig conditiescore vast
Koeien moeten tijdens het afkalven in de juiste conditie verkeren. De Conditiescorekaart is daarbij een handig hulpmiddel. Bij een score tijdens afkalven hoger dan 3,75 is de kans op bijvoorbeeld slepende melkziekte groot. Een score onder 3,0 is niet wenselijk, de koe heeft dan geen reserves die nodig zijn voor het halen van een topproductie. De conditievermindering dient beperkt te blijven tot één punt. Bij een groot conditieverlies kunnen zich onder andere vruchtbaarheidsproblemen voordoen.
Dagelijks temperaturen
Om eventuele ziekten na het kalven snel te herkennen heeft Pfizer een controleprogramma ontwikkeld. Hierbij neemt de veehouder de eerste tien dagen na het afkalven dagelijks de temperatuur van de verse koeien. Bij koeien is bij 39,5°C of hoger sprake van verhoging; bij vaarzen ligt de grens een halve graad lager. Daarnaast is het belangrijk dat de veehouder in deze periode let op het gedrag van zijn koeien. Met deze gegevens kan in een vroeg stadium een diagnose worden gesteld en kan de koe worden behandeld, zodat de schade beperkt blijft. Geen koorts betekent niet dat het dier niet ziek is. Wanneer de koe bijvoorbeeld slepende melkziekte heeft, zal namelijk geen temperatuursverhoging optreden. Bij baarmoederontsteking daarentegen gebeurt dit wel. Deze methode geeft dus de mogelijkheid vroegtijdig onderscheid te maken tussen de mogelijke aandoeningen. Zie voor het controleprogramma Behandelplan voor de pas afgekalfde koe.
De invloed van selenium
Als er meer dan tien tot twaalf procent van de koeien na de partus met de nageboorte blijft staan, dan is er sprake van een structureel probleem. Oorzaken kunnen zijn: een te laag selenium- of vitamine E-gehalte. Koeien met minder dan 0,08 ppm selenium in het bloed, hebben een verhoogde kans op deze aandoening. Een rantsoen moet tenminste 500 tot 750 milligram vitamine E bevatten. Verder moeten ook vitamine A en caroteen in voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn.
Bron:
C. Guard, Cornell University, G. Oetzel, UW Madison en J. Goff en R. Horst, NADC Iowa, G. Opsomer, 1999, Etherington et al. 1984. Can. J. Compend. Med. 48:245, Risco, et al, 1994, JDS 77:2562
Juiste voeding rond het afkalven de basis voor succesvolle lactatie
Een juiste conditie rond afkalven voorkomt gezondheids- en vruchtbaarheidsproblemen en legt de basis voor een succesvolle lactatie. Kennis van voeding en fysiologie is in deze periode essentieel. De volgende aandachtspunten zijn hierbij van belang:
- Melkziekte
- Energie-opname stimuleren
- Immuunsysteem op peil houden
Melkziekte
Een veel voorkomend probleem rond het afkalven is melkziekte (hypocalcemie). Dit kan zowel klinisch als subklinisch verlopen. Beide gevallen resulteren in een verminderde drogestof-opname, een grotere kans op rétentio secundìnarum, metritis en lebmaagverdraaiing. Een uitgebalanceerde voeding tijdens de droogstand met de juiste nutriënten in de juiste verhouding kan dit soort problemen voorkomen (zie tabel). Dit betekent een minimale toediening van calcium (50 gram per dag) en een verhoogde magnesiumopname (4-6 gram per kg drogestof). Ook is het belangrijk dat het rantsoen in de eerste weken van de droogstand niet te rijk aan energie is. Het aanzuren van het rantsoen tijdens de droogstand blijkt uit onderzoek het meest effectief te zijn ter preventie van hypocalcemie. De mate van aanzuring van het rantsoen wordt uitgedrukt in het kation-anion-verschil van het rantsoen (in milli-equivalent per kg ds). Deze wordt voor het grootste deel bepaald door het natrium- en kaliumgehalte in het rantsoen.
Richtlijnen voor de dagelijkse voeding van melkkoeien rond partus
|
Voor afkalven |
Begin lactatie |
ds opname (kg) |
10-12 |
19-22 |
Netto energie (Mcal/kg) |
1,52-1,62 |
1,65-1,74 |
Ruw eiwit (gram/kg ds) |
150-170 |
170-190 |
NDF (gram/kg ds) |
350-400 |
>290 |
Selenium (ppm) |
0,35 |
0,35 |
Vitamine E (IE/ kg ds) |
50-90 |
50-90 |
Calcium (gram/kg ds) |
5-7 |
10-13 |
Magnesium (gram/kg ds) |
4-5 |
3,5 |
Energie-opname stimuleren
Minstens tachtig procent van alle melkkoeien kampt in het begin van de lactatie met een negatieve energiebalans. Dit is voor een groot deel te voorkomen door de koeien vlak vóór en na de partus een energierijk rantsoen aan te bieden en te zorgen voor voldoende drogestofopname. De krachtvoergift na het afkalven mag echter niet te snel stijgen. Een te snelle omschakeling kan namelijk pensverzuring tot gevolg hebben doordat de penspapillen niet genoeg tijd wordt gegund zich aan te passen. Na het afkalven kan de krachtvoergift dan met 0,25 kg per dag worden verhoogd, om pas op drie weken na het afkalven op de maximale krachtvoergift uit te komen.
Immuunsysteem op peil houden
Tijdens en rond het afkalven is het immuunsysteem van de koe dikwijls niet optimaal. In de laatste twee weken voor de partus nemen de gehalten vitamine A, vitamine E, zink en selenium in het bloed af. Dit komt door opname van deze stoffen in de biest en een hogere vitaminebehoefte van de weefsels. Een en ander kan leiden tot rétentio secundìnarum, metritis, mastitis en infectieuze been- en klauwproblemen. Toedienen van extra mineralen en sporen-elementen rond het afkalven kan uitkomst bieden.
Bron: G. Opsomer, DVM, PhD, Nutritional strategies during the transition period, 2001.
Conditie rond het afkalven
Voor een goede start van de lactatie is het belangrijk dat koeien tijdens het afkalven de juiste conditie hebben. Stel daarom in de droogstand regelmatig de conditiescore vast. Op basis van visuele kenmerken wordt de conditiescore bepaald. De conditiescorekaart is daarbij een handig hulpmiddel.
De conditiescore wordt gemeten op een schaal van 1 tot 5. 1 is zeer mager en 5 is extreem vet. De ideale score ligt tussen de 3 en 3,75. Voorkom na het afkalven een daling van de conditiescore met meer dan 1 punt om problemen met het snel weer drachtig worden te beperken.
Pfizer heeft twee scorekaarten ontwikkeld waarmee de conditie kan worden vastgesteld. De keuze voor één van de twee methodes hangt af van de persoonlijke voorkeur van veehouder en/of dierenarts.
Vijf stappen voor een goede medicijninjectie bij rundvee
1. Kies het juiste middel
Bespreek met uw dierenarts zijn diagnose en de keuze van het medicijn. Houd daarbij rekening met de werkzaamheid, de effectiviteit, het injectievolume, de kans op spuitplekken en de wachttijd.
Lees etiket en bijsluiter zorgvuldig en bereken de dosering.
2. Gebruik de juiste naald
Gebruik een schone spuit, met een schone, scherpe naald. Gebruikt u een antibioticum op oliebasis zorg dan voor een droge spuit. De dikte van de naald hangt af van de viscositeit van het geneesmiddel. Uw dierenarts kan u hierbij adviseren.
Houd het flesje even in uw hand om het medicijn op te warmen. Schud het flesje met de injectievloeistof.
Verwijder voor het injecteren alle lucht uit de spuit
3. Spuit op de goede plaats
Subcutaan betekent onderhuids. Intramusculair betekent in de spier. Beide injecties geeft u in de nek. Bij volwassen rundvee geeft u de injectie op het snijpunt van een handbreedte voor het schouderblad en een handbreedte onder de nekband. Moet u een injectie aan een jonger dier geven, overleg dan met uw dierenarts over de juiste injectieplaats.
4. Registreer de behandeling
Merk de behandelde runderen en noteer de behandeling.
5. Reinig de spuit
Haal de spuit na elk gebruik uit elkaar en reinig de onderdelen met kokend water. Laat de spuit goed drogen voordat u hem weer in elkaar zet.
|