Rund

Mastitis


Mastitis

Behandeling van S. aureus mastitis

Subklinische mastitis

 

Mastitis
Mastitis of uierontsteking is één van de meest voorkomende en daarmee het belangrijkste gezondheidsprobleem op melkveebedrijven. Ongeveer 25 procent van de melkkoeien krijgt jaarlijks te maken met zichtbare uierontsteking. Eén geval van uierontsteking kost gemiddeld € 300,-. Het overgrote deel van deze schadepost zijn de gemiste inkomsten door verminderde productie tijdens de lactatie en het niet kunnen leveren van de melk. Slechts 20 procent van de totale schade bestaat uit behandelingskosten. Voor een bedrijf met 80 melkkoeien bedraagt de schade door uierontsteking gemiddeld € 6.000,-, waarvan slechts 20 procent voor de behandeling. Uierontsteking op het moderne melkveebedrijf is bovenal lastig en tijdrovend.


De aandoening is onder te verdelen in twee categorieën:

Subklinische mastitis
Dertig procent van de mastitisgevallen verloopt subklinisch. Het veroorzaakt grote economische schade door een lagere melkproductie, een verhoging van het tankmelkcelgetal en voortijdige afvoer. Een verhoogd celgetal is vaak het enige symptoom. Subklinische mastitis ten gevolge van Staphylococcus aureus is een veelvoorkomend bedrijfsprobleem.
Het vroegtijdig aantonen van subklinische mastitis kan veel schade en frustratie voorkomen. Een goede indicatie voor subklinische mastitis is het tellen van de leucocyten, oftewel het bepalen van het celgetal. De bekende California Mastitis Test (CMT) is een effectieve ‘praktijktest’ voor in de melkput.

Aanpak
Subklinische uierontsteking is over het algemeen goed te behandelen. Daarbij is het belangrijk om te weten welk kwartier is aangetast en welke verwekker de mastitis veroorzaakt. Pas dan kan worden besloten of het zin heeft een behandeling te starten. De aanpak begint met het opsporen van dieren met subklinische mastitis. Vervolgens kan met bacteriologisch onderzoek van de melk de verwekker worden aangetoond. Afhankelijk van de resultaten van het bacteriologisch onderzoek kan er een advies volgen voor behandelen of opruimen. Pfizer heeft een praktische methode voor het opsporen en behandelen van koeien met subklinische mastitis: het Subklinische Mastitis Selectieprogramma.

naar boven

Celgetal bepalen
Voor het opsporen van subklinische mastitis bestaan er verschillende methoden die direct of indirect leucocyten aantonen. Een directe methode is het tellen van het aantal cellen in de melk met behulp van de Fossomatic-techniek (celgetalbepaling door het melkcontrolestation).
Indirecte methoden zijn bijvoorbeeld het vaststellen van de zuurgraad (geleidbaarheid) of het chloridegehalte van de melk. De afwijkingen ten opzichte van normale melk zijn echter gering en daardoor minder duidelijk.
Een praktische methode om subklinische uierontsteking aan te tonen is de California Mastitis Test (CMT). Een goedkope en eenvoudige test die op het melkveebedrijf kan worden uitgevoerd.

Subklinische Mastitis Selectieprogramma
Voor de bestrijding van subklinische mastitis is het belangrijk probleemkoeien vroegtijdig aan te wijzen. Het maandelijkse bedrijfsbezoek van de dierenarts is het moment bij uitstek om besmette kwartieren op te sporen en een behandeling in te zetten. Pfizer heeft een selectieprogramma opgesteld om probleemkoeien vroegtijdig op te sporen en te kunnen behandelen. Gebruik van dit programma in combinatie met andere basismaatregelen, zoals vakkundig melken, goed werkende melkinstallatie, kan de basis zijn voor een goede uiergezondheidsstatus op het bedrijf.

Het selectieprogramma werkt als volgt:
1. Selecteer de juiste koe
Selecteer maandelijks koeien met een celgetal > 250.000 en vaarzen met een celgetal > 150.000. Doe vervolgens bij deze attentiekoeien de California Mastitis Test (Teepolproef) van alle vier kwartieren. Jonge dieren; vaarzen genezen beter dan dieren die al meer dan 3 lactaties volbracht hebben.

2. Selecteer de juiste infectie
Jonge infecties (koeattentie 1 en 2) genezen beter dan chronische (koeattentie >3) infecties. Controleer of er sprake is van chronische mastitis, de melkcontrole uitslagen met de individuele koecelgetallen zijn hierbij zeer behulpzaam.

3. Selecteer de juiste therapie
Behandel besmette kwartieren langdurig in het uier gedurende acht dagen.

4. Controleer het effect
Controleer elke maand het celgetal van de individuele koeien en in het bijzonder van de behandelde koeien. Als het celgetal bij behandelde koeien te hoog blijft dan kan dat het gevolg zijn van:

  • chronische infecties die niet reageren op de behandeling
  • herinfectie van een genezen kwartier
  • infectie van een ander kwartier
  • bacteriën niet gevoelig voor het gebruikte antibioticum


Stel in overleg met de dierenarts een plan van aanpak op om de situatie te verbeteren.

Onder Behandelplannen staat het behandelplan subklinische mastitis ter ondersteuning van het bovenstaande Selectieprogramma.

naar boven

California Mastitis Test
De California Mastitis Test (CMT) is een verbeterde versie van de Whiteside-test. Er wordt een zeepoplossing (Teepol=3% natriumlaurylsulfaat) aan het kwartiermonster toegevoegd. De reactie vergroot de oppervlaktespanning van de cellen in de melk, waardoor de celwand van de leucocyten openbreekt. De oplossing reageert met het DNA in de cel en vormt een visceus complex. Het laat snel zien of melk uit een uierkwartier (maar ook tankmelk) meer of minder dan 500.000 cellen per ml bevat door respectievelijk wel of niet te verslijmen. Deze test is de meest gebruikte methode om tijdens het melken subklinische mastitis op te sporen. Het onderscheidend vermogen van de test is het best bij melk met een celgetal vanaf 400.000 cellen per ml.
Nadat met de CMT de besmette kwartieren zijn aangetoond, kan met bacteriologisch onderzoek de verwekker van de mastitis worden achterhaald.

Uitvoering en interpretatie van de CMT
Neem voor de test een vierkwartierenschaal. De inhoud van de schalen is minimaal 6 ml.

  • Melk eerst de voormelk weg (vijf tot tien stralen).
  • Melk vervolgens uit elk kwartier ongeveer drie ml melk in één van de vier bakjes.
  • Noteer uit welk kwartier de melk komt.
  • Voeg even veel ml Teepol toe (verkrijgbaar als schoonmaakmiddel).
  • Beweeg het mengsel in de bakjes gedurende dertig seconden door de schaal met de hand rustig te roteren.
  • Laat het mengsel vervolgens tot rust komen.
  • Na tien seconden kan de viscositeit van de vier monsters worden bepaald (zie interpretatietabel). Wacht daarmee niet langer dan 20 seconden. Veelal zal bij slechts één of twee van de kwartieren verslijming plaatsvinden.
  • Laat melkmonsters uit de bewuste kwartieren bacteriologisch onderzoeken om de verwekker van de mastitis te achterhalen.

Nadat de schaal goed af is afgespoeld met water, is deze klaar voor de volgende test.

Tabel 1: Interpretatie van de California Mastitis Test

Mengsel

cellen/ml

score

Mengsel is homogeen

100.000 - 300.000

0

Geringe verdikking op de bodem

300.000 - 400.000

T

Duidelijke, directe verdikking

500.000 - 1.000.000

1

Mengsel verdikt en verslijmt onmiddellijk

1.000.000 - 2.500.000

2

Onmiddellijke verslijming, visceuze dikke gel

> 2.500.000

3

Zie voor nadere beschrijving van de scores de scorekaart CMT. Raadpleeg het behandelplan subklinische mastitis voor de juiste aanpak.

naar boven

Behandeling van S. aureus mastitis
Subklinische mastitis ten gevolge van Staphylococcus aureus is een veelvoorkomend bedrijfsprobleem in de melkveehouderij en moeilijk (of niet) te genezen. Toch is de aandoening zowel tijdens de lactatie als tijdens de droogstand goed te behandelen.

Juiste wijze van droogzetten voorkomt nieuwe infecties

Hardnekkige infectie
Uierinfecties met S. aureus zijn zeer hardnekkig. Doordat ze moeilijk te genezen zijn en van koe op koe kunnen overgaan, kunnen ze aangemerkt worden als een bedrijfsprobleem. Besmettingen kunnen plaatsvinden via de melkmachine, besmette uierdoeken of de handen van de melker.

Niet te snel vervangen
Bij de beslissing om het dier al dan niet te vervangen, moet bedacht worden dat de productiewaarde van een jong vervangend dier vaak aanzienlijk lager ligt dan het (oudere) dier dat wordt opgeruimd. Het vervangende dier loopt bovendien evengoed de kans om mastitis te krijgen. E.H.P. Houben berekende in een modelstudie, dat onder Nederlandse omstandigheden bij het optreden van klinische mastitis in zijn algemeenheid, te snel wordt besloten tot vervanging.
Deze berekeningen gelden niet helemaal voor het specifieke geval van een S. aureus- besmetting, omdat daarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat via deze koe ook andere koeien besmet kunnen raken. De schade beperkt zich in dat geval niet tot de melkderving en behandelingskosten van deze ene koe. Dit is een complicerende factor bij de keuze tussen behandelen van het dier of afvoeren

Kans op genezing
De genezing van S. aureus is afhankelijk van veel factoren. In een meta-analyse van vijf onderzoeken werden verschillende significante factoren aangewezen:

  • het chronische karakter van een geïnfecteerd kwartier (jonge infecties genezen beter)
  • de leeftijd van het dier (jonge dieren genezen beter)
  • de hoogte van het celgetal in het geïnfecteerde kwartier
  • het aantal met S. aureus geïnfecteerde kwartieren van een koe
  • voor- of achterkwartieren (voorkwartieren genezen beter)

Zo is bijvoorbeeld de kans op genezing van een kwartier met een celgetal van 2.300.000 van een acht jaar oude koe met drie subklinisch geïnfecteerde S.aureus-kwartieren, 36 procent. Een kwartier met een celgetal van 710.000 van een drie jaar oude koe met één sub-klinisch geïnfecteerd S.aureus-kwartier is daarentegen 92 procent.

naar boven

Wanneer behandelen
De kans op genezing van een subklinische S. aureus-infectie is het grootst als deze direct na het constateren ervan wordt behandeld. Dus niet wachten tot de droogstand, maar behandelen tijdens de lactatie. Een achtdagen durende therapie geeft goede resultaten voor de individuele koe en verlaagt daarbij de infectiedruk van de koppel.

Managementmaatregelen
Indien gekozen wordt voor behandeling, moet tevens verspreiding van de ziekte worden voorkomen door managementmaatregelen. Een continue bewaking van de mastitissituatie in het koppel is nodig. Een stijging van het individuele celgetal boven 250.000 cellen/ml, is een aanwijzing voor subklinische mastitis. Een kwartiercelgetalbepaling en bacteriologisch onderzoek geven aan of er sprake is van een S. aureus-infectie.
De effectiviteit van de therapie kan eenvoudig worden vastgesteld door vergelijking van het koecelgetal voor en na de behandeling.

Bronnen:
J. Sol et al., Factoren die van belang zijn voor de genezing van Staphylococcus aureus bij het droogzetten van koeien met antibiotica: een literatuuroverzicht, Tijdschrift voor Diergeneeskunde 122/1997/3.

E.H.P. Houben, Economic optimization of decisions with respect to dairy cow health management. Thesis Landbouwuniversiteit Wageningen, 1995.