Rund

Vruchtbaarheid

Vruchtbaarheid

Behandelen baarmoederontsteking

Honderd belangrijke dagen

Vruchtbaarheidsmanagement

Voeding en vruchtbaarheid

 

Vruchtbaarheid
Het resultaat van de voortplanting bepaalt voor een groot deel het rendement van de veehouderij. ( Rekenmodule vruchtbaarheid). Goed management en een goede voeding zijn van groot belang om de vruchtbaarheidcyclus en tochtigheid succesvol te beheersen.

Bij voortplantingsproblemen kunnen diergeneesmiddelen voor oplossing zorgen. Een stof die hierbij veel wordt ingezet is een natuurlijke prostaglandine-F2 a . Deze stof is betrokken bij de vruchtbaarheidcyclus, stimuleert het samentrekken van de baarmoeder en ander glad spierweefsel (maagdarmkanaal, bronchiën) en versnelt het spermatransport.

Het signaleren van tochtigheid en het bepalen van het juiste inseminatiemoment is cruciaal voor een goed vruchtbaarheidsmanagement op melkveebedrijven.

naar boven

Honderd belangrijke dagen
Een juiste conditie rond afkalven verkleint de kans op gezondheids- en vruchtbaarheids- problemen en legt de basis voor een succesvolle lactatie. Het 100-dagen-programma van Pfizer richt zich op de periode van 30 dagen voor tot 70 dagen na afkalven. Het gezondheidsmanagement tijdens droogstand, afkalven, inseminatie en dracht staat hierin centraal. Het programma is een leidraad voor practici en hun veehouders om melkkoeien zonder problemen door deze kritische periode te loodsen. Het 100-dagen-programma is gericht op:

  • een hogere melkgift tijdens de piek
  • een verhoogde vruchtbaarheid bij eerste inseminatie
  • een gezonde koe bij het afkalven
  • een gezond kalf
  • een hoge droge stof opname na afkalven

naar boven

Voeding en vruchtbaarheid
Met het juiste conditiescoresysteem is het mogelijk problemen tijdig op te sporen en de vruchtbaarheid van de veestapel te verbeteren. De voeding, met name tijdens de droogstand en in de periode vlak na het afkalven, speelt een belangrijke rol bij de regulatie van het reproductieproces en vormt een belangrijk onderdeel in het 100-dagen-programma. Doordat na het afkalven de drogestofopname bij koeien afneemt, terwijl de energiebehoefte toeneemt, ontstaat een negatieve energiebalans. Koeien met een negatieve energiebalans hebben een lage (trage) oestrogeen- en lage progesteronuitscheiding. Doordat de oestruscyclus trager op gang komt, neemt de tussenkalftijd toe. Een snelle terugkeer in de positieve energiebalans is dus van groot belang voor de vruchtbaarheid van de koe.

naar boven

Behandelen baarmoederontsteking
Baarmoederontsteking kan grote economische verliezen veroorzaken. Een snelle interventie met parenteraal antibiotica in de nek beperkt de schade door acute baarmoederontsteking (metritis). Behandelingen van chronische baarmoederontsteking (endometritis) met een natuurlijke prostaglandine-F2 a , kan deze verliezen aanzienlijk beperken.

Kenmerken
Acute baarmoederontsteking bij rundvee treedt op binnen twee weken na afkalven en wordt gekenmerkt door koorts, stinkende vaginale afscheiding en een milde tot zware depressie. Chronische baarmoederontsteking treedt meestal vanaf twee weken na afkalven op. Dit kan gepaard gaan met een etterige afscheiding, veelal valt de vruchtbaarheidscyclus stil. De koe vertoont verder geen ziekteverschijnselen en heeft geen koorts.
Vanwege de grote variatie in oorzaken is het voorkomen van baarmoederontsteking niet eenvoudig. De veehouder kan de kans op baarmoederontsteking beperken door te zorgen voor een schone, droge afkalfomgeving en goede voeding met name in de droogstand en rond het afkalven.

naar boven

Verliezen beperken
Op rundveebedrijven kan baarmoederontsteking aanzienlijke economische verliezen veroorzaken. Een baarmoederontsteking leidt vaak tot het moeilijker drachtig worden van de koe, een verhoogde kans op afvoer en hogere kosten voor KI en dierenarts. De behandeling van acute baarmoederontsteking met antibiotica zorgt voor extra arbeid en melkverlies. De nieuwe mogelijkheid om deze aandoening te behandelen met een antibiotica zonder wachttijd voor de melk beperkt deze schade aanzienlijk. De tussenkalftijd en gedwongen afvoer bepalen voor 65 à 70 procent de kosten van een nieuwe dracht. Het toedienen van het natuurlijk prostaglandine-F2 a bij chronische baarmoederontsteking verlaagt zowel de tussenkalftijd als de kans op gedwongen afvoer om reden van niet drachtig worden.
Prostaglandines brengen bij dieren met een stilgevallen vruchtbaarheidscyclus deze binnen drie tot zeven dagen weer op gang bij ongeveer 90% van de dieren.

naar boven

Het natuurlijk prostaglandine-F2 a heeft geen wachttijd
Het natuurlijk prostaglandine heeft een luteolytische werking. Het ondersteunt het voortplantingsapparaat bij de voorbereiding van de nieuwe bronstcyclus. Een natuurlijk prostaglandine zorgt in tegenstelling tot synthetische prostaglandines voor een sterke contractie van de uterus, waardoor de baarmoeder schoon wordt. Het middel is bij rundvee geregistreerd voor onder andere oestrusregulatie, suboestrus, ongewenste dracht, partusinductie, pyometra en oestrussynchronisatie. Een natuurlijk prostaglandine kent geen wachttijden voor vlees en melk, omdat de enzymsystemen voor afbraak en metabolisatie van dit natuurlijk prostaglandine al in het lichaam aanwezig zijn.

naar boven

Antibiotica zonder wachttijd voor melk
De traditionele therapie voor acute baarmoederontsteking is een behandeling met antibiotica. Uit onderzoek blijkt dat een behandeling met een antibiotica zonder wachttijd voor de melk effectief en economisch gunstiger is dan een traditionele therapie. Bereken het voordeel van een behandeling met antibiotica zonder wachttijd voor de melk.



Om de effectiviteit van een behandeling met antibiotica zonder wachttijd voor de melk bij acute baarmoederontsteking te evalueren, werd in 2001 een Europees onderzoek uitgevoerd. Een vijfdaagse behandeling met antibiotica zonder wachttijd voor de melk werd vergeleken met een vijfdaagse behandeling met een vaak gebruikt antibiotica met wachttijd voor de melk. Bij de veldproef waren 175 runderen betrokken, waarvan 87 in de antibiotica zonder wachttijd voor de melk groep en 88 in de groep met het traditionele antibiotica met een wachttijd voor de melk. De runderen hadden minder dan tien dagen ervoor afgekalfd, zij hadden een verhoogde temperatuur van minstens 39,5 ºC en vaginale afscheiding.

Het genezingspercentage op dag 7 (±1 dag) van de met antibiotica zonder wachttijd voor de melk behandelde runderen ligt duidelijk hoger; 64,8% tegenover 58,1% voor de runderen die behandeld werden met het traditionele antibioticum met wachttijd voor de melk. Op dag 15 zijn de genezingspercentages nagenoeg gelijk. De met antibiotica zonder wachttijd voor de melk behandelde koeien hadden op dag 2 tot 5 een significant lagere lichaamstemperatuur dan de runderen behandeld met het traditionele antibioticum.

naar boven

Vruchtbaarheidsmanagement
Een verkorting van de tussenkalftijd is verreweg de snelste manier om de rentabiliteit van een melkveestapel te verhogen. Een tussenkalftijd van 365 dagen wordt als economisch optimaal gezien. De tussenkalftijd van de Nederlandse melkveestapel is gemiddeld ca. 415 dagen.. Een tussenkalftijd boven 400 dagen kost handenvol geld.

naar boven

Negatieve energiebalans
Melkkoeien verkeren dikwijls langdurig in een negatieve energiebalans. Een van de gevolgen is een verminderde afgifte van hormonen. Deze hormonen spelen een belangrijke rol in de tochtigheidscyclus. De aandoening kan vier oorzaken hebben: suboestrus (stille of onopgemerkte bronst), ware anoestrus, ovariële cysten of metritis.

Factoren van invloed op tonen tochtigheid
Het signaleren van tocht is cruciaal voor een goed vruchtbaarheidsmanagement op melkveebedrijven. Het is van groot belang dat veehouders hier voldoende tijd aan besteden. Driemaal daags twintig minuten in alle rust de veestapel observeren verhoogt de kans op het daadwerkelijk waarnemen van tocht aanzienlijk. Óf koeien zich daadwerkelijk tochtig tonen, hangt af van een groot aantal factoren:

Moment van de dag
Bijna zeventig procent van de tochtigheidsverschijnselen vindt plaats tussen zeven uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends. Dat blijkt uit Canadees onderzoek.

Aantal tochtige dieren
Tochtige koeien versterken elkaars gedrag. Hoe groter het aantal tochtige dieren in een koppel, hoe meer activiteit, des te gemakkelijker is bronst waarneembaar. Overigens is een koe in het midden van de bronstperiode relatief rustig. De meeste activiteiten vertoont ze aan het begin en aan het einde van de bronstperiode.

naar boven

Hoge temperaturen
Bij warm weer tonen koeien zich minder gemakkelijk tochtig.

Pootproblemen
Kreupele dieren zullen nauwelijks tocht vertonen. Het is simpelweg te pijnlijk voor de dieren.

Staltype en vloersoort
Veel bewegingsvrijheid is gunstig. In ligboxenstallen is er sprake van veel interactie tussen dieren, wat leidt tot meer tochtigheidsverschijnselen.
Op een gladde, vieze betonvloer worden bronstige koeien minder vaak besprongen. In potstallen ingestrooid met stro is tochtigheid sneller waar te nemen.

Stalbezetting
Een hoge bezetting is ongunstig. Koeien laten zich soms noodgedwongen bespringen omdat een vluchtroute ontbreekt.

Het signaleren van de eerste tocht is cruciaal voor een goed vruchtbaarheidsmanagement op melkveebedrijven. Veel melkveehouders missen deze eerste tocht. Uit onderzoek van het PV in Lelystad blijkt dat bij slechts 28 procent van de koeien de eerste cyclus een normale lengte van 21 dagen heeft. Tijdens de tweede cyclus loopt dat percentage op tot 59. Volgens recent Amerikaans onderzoek toont een tochtige koe gemiddeld 7,1 uur bronstverschijnselen. Ze wordt in die periode gemiddeld 8,5 maal besprongen. Zo’n sprong duurt niet langer dan vier seconden. Met andere woorden: een koe toont zich iedere drie weken gemiddeld niet meer dan 34 seconden tochtig.

naar boven

Suboestrus
Het niet tochtig laten zien (suboestrus) is de belangrijkste vorm van postpartum anoestrus: koeien hebben wel een normale cyclus, maar worden niet tochtig gezien. Oorzaak: de melkproductie in relatie tot de drogestofopname heeft dikwijls een remmend effect op de bronstverschijnselen. Suboestrus kan worden behandeld met vruchtbaarheidshormonen zoals een natuurlijk prostaglandine-F2 a. Afhankelijk van het tijdstip in de cyclus resulteert dit in de meeste gevallen binnen twee tot zes dagen in zichtbare tochtigheid. Door de grote spreiding in het tijdstip van ovulatie geeft blind insemineren na deze hormoonbehandeling minder goede resultaten.

Ware anoestrus
Normaal start bij 90 tot 95 procent van de koeien de ovariële activiteit binnen 50 dagen na afkalven. Bij ware anoestrus heeft een koe twee maanden na afkalven nog steeds geen of geringe ovariële activiteit. Oorzaken zijn vaak stress of een negatieve energiebalans. Bij ware anoestrus vallen hormonale behandelingen vaak tegen.

Ovariële cysten
Ook ovariële cysten kunnen anoestrusproblemen veroorzaken. Vaak is een LH-tekort de onderliggende oorzaak. De behandeling van folliculaire of luteale cysten ligt in het induceren van luteïnisatie (bijvoorbeeld met HCG of GnRH). Zestien tot dertig dagen na de behandeling vertoont 80 procent van de dieren een fertiele bronst. Voor de behandeling van luteale cysten kunnen ook natuurlijke prostaglandines worden gebruikt. Differentiatie vooraf is dan wel nodig. Rectaal onderzoek gevolgd door een progesteronbepaling of echografie geeft uitsluitsel over het cystetype.

Drachtigheidscontrole
Een drachtigheidscontrole 33 tot 42 dagen na inseminatie is een essentieel onderdeel van een goed vruchtbaarheidsmanagement. Guste dieren worden zo snel opgespoord en kunnen eventueel opnieuw worden geïnsemineerd.

Bron:
Dr. R. Nebel, Virginia Tech